Welkom Mail Route Links

Columns

Oktober 2008: Wonderen
September 2008: Verkeren
Juli-augustus 2008: Autoriteit
Juni 2008: Geduld
Mei 2008: Einstein
April 2008: En minuut
Maart 2008: Liefde
Februari 2008: Opruiming
Januari 2008: Lijntjes
December 2007: Na dato
November 2007: Gezichten
Oktober 2007: Het weerzien
September 2007: Voor wie?
Augustus 2007: In memoriam J.
Juli 2007: Trots
Juni 2007: Beslissen
Mei 2007: Jongen
April 2007: God en Brood
Maart 2007: Kleur
Februari 2007: Dirigenten
Januari 2007: Vrouw over auto
December 2006: Kiezen
November 2006: Stof
Oktober 2006: Zoeken
September 2006: Vroeger en internet
Augustus 2006: Campinglessen
Juli 2006: Levensbestemming
Juni 2006: Loslaten
Mei 2006: Eerlijk
April 2006: Leuk op straat
Maart 2006: Blikken
Februari 2006: Nieuwsgierig
Januari 2006: Spijt
December 2005: Liefs
November 2005: Ach en wee
Oktober 2005: Euforie
September 2005: De vraag waarom
Augustus 2005: Afscheid
Juli 2005: Verlichting
Juni 2005: Alleen
Mei 2005: Blussen
April 2005: Kwetsbaar
Maart 2005: Naar buiten




God en Brood (april 2007)

Soms moet je je oude papieren opruimen en vandaag was het zo'n dag. Ik moet zeggen dat bij lezing van een oude brief het schaamrood op mijn wangen tevoorschijn kwam. Het was namelijk een brief die ik ooit aan Herman Brood had opgestuurd. Ik had hem op tv gezien, samen met Majoor Bosshardt van het Leger des Heils, en ze hadden het natuurlijk over het geloof in God. Dat gesprek had me zodanig geraakt dat ik mijn bevindingen in een brief aan Herman formuleerde. Aan Herman en niet aan de majoor, omdat ik stiekem, vandaar dat schaamrood, hoopte op enigerlei contact met deze Wild Romance zanger. Ik heb hem altijd hevig fascinerend gevonden. Hij had iets dat ik niet heb maar waar ik heimelijk naar kon verlangen namelijk alles doen wat God verboden heeft en daar nog pontificaal voor uitkomen ook. Heerlijk doen waar je zin in hebt, grenzen overschrijden en al je lusten botvieren. (Hoezo 'kon' verlangen, ik doe dat nog steeds af en toe. En ik vraag me af: zou dat in het hiernamaals zonder schadelijke gevolgen allemaal mogelijk zijn? Gauw aan mijn lief vertellen, die bang is dat de hemel vooral erg saai is.)
 
In elk geval ging het er in dat tv-gesprek om dat beiden het idee hadden dat ze God op een totaal verschillende manier ervoeren. De majoor op de traditionele manier: 'een kind is een geschenk van God'. Brood op zijn eigen wijze: 'mijn pasgeboren kind s God, wat zou ik God daar nog bijhalen'. Bosshardt vond Broods uitspraak heiligschennis geloof ik, ze wilde daar tenminste niet op ingaan, waardoor Brood dacht dat hij misschien niks meer met God had. Ik schreef Herman dat hij ten onrechte meende niks meer met God te kunnen, omdat hij zich naar mijn idee met zijn pasgeboren kind heel dicht bij 'God' voelde. Ik vond dat het verschil tussen B. en B. helemaal niet zo groot was. Beiden brachten God in verband met leven en liefde voor een kind. Het kind komt bovendien net van God, en kun je daarom volgens mij best even God noemen, net zoals je Broods onvoorwaardelijke liefde voor z'n kind 'goddelijk' zou kunnen noemen. Belemmerende ideen uit onze cultuur en zijn opvoeding hebben er volgens mij voor gezorgd dat Brood onnodig het gevoel had geen affiniteit met God te hebben. Dit alles heb ik dus aan Brood geschreven. Ik besloot de brief met te zeggen dat wat vroeger wel God genoemd werd, nu beter Leven genoemd kon worden of niets en dat ik daar steeds meer toe neig. Omdat bij het woord God traditionele beelden opdoemen waar ik altijd van in de war raak.
 
Met de strekking van de brief ben ik het nog steeds eens, hoewel ik me nu afvraag waarom ik zo graag wilde dat Herman en de majoor op een lijn zaten. Als ze niet op een lijn zitten, nou en? Zelf vond hij dat ook waarschijnlijk, want hij heeft nooit op mijn brief gereageerd. Met het blos op mijn wangen waarmee ik dit verhaal begon, ben ik het eigenlijk niet eens. Immers, ieder mens moet toch met enige regelmaat iets onverwachts doen? Waarom zou ik me daarvoor schamen?
 
Enfin, het opdiepen van dit oude epistel attendeerde me er ook nog op dat ik ben veranderd.*) Ik zou het tegenwoordig niet gauw meer over "Niets" hebben, integendeel, ik neem juist vaker bijna achteloos het woord God in de mond. Kennelijk heb ik door mijn afstand van kerk en traditioneel christendom het woord zozeer ontdaan van de voor mij verwarrende beelden dat 'God' nu verwijst naar de bron van mijn eigen positieve spirituele ervaringen in plaats van naar beelden van anderen. En ik heb zo'n vermoeden dat deze God veel minder verbiedt dan mijn oude God, zodat ik ook niet meer jaloers hoef te zijn op de vrije handel en wandel van wijlen Herman Brood.
 
 

*) Tip: als je denkt dat je stilstaat, neem dan wat oude brieven ter hand.