Welkom Mail Route Links

Columns

Oktober 2008: Wonderen
September 2008: Verkeren
Juli-augustus 2008: Autoriteit
Juni 2008: Geduld
Mei 2008: Einstein
April 2008: En minuut
Maart 2008: Liefde
Februari 2008: Opruiming
Januari 2008: Lijntjes
December 2007: Na dato
November 2007: Gezichten
Oktober 2007: Het weerzien
September 2007: Voor wie?
Augustus 2007: In memoriam J.
Juli 2007: Trots
Juni 2007: Beslissen
Mei 2007: Jongen
April 2007: God en Brood
Maart 2007: Kleur
Februari 2007: Dirigenten
Januari 2007: Vrouw over auto
December 2006: Kiezen
November 2006: Stof
Oktober 2006: Zoeken
September 2006: Vroeger en internet
Augustus 2006: Campinglessen
Juli 2006: Levensbestemming
Juni 2006: Loslaten
Mei 2006: Eerlijk
April 2006: Leuk op straat
Maart 2006: Blikken
Februari 2006: Nieuwsgierig
Januari 2006: Spijt
December 2005: Liefs
November 2005: Ach en wee
Oktober 2005: Euforie
September 2005: De vraag waarom
Augustus 2005: Afscheid
Juli 2005: Verlichting
Juni 2005: Alleen
Mei 2005: Blussen
April 2005: Kwetsbaar
Maart 2005: Naar buiten




Campinglessen (augustus 2006)

Net twee weken camping achter de rug. Al is het vakantie, je leert er weer een hoop van moet ik zeggen. Op het eerste kampeerterrein waar mijn lief en ik ruim een week stonden, hadden we een eigen, aan drie zijden door menshoge hagen omzoomde plek. Al stond achter die hagen natuurlijk genoeg ander volk, het leek alsof we geen naaste buren hadden maar alleen een overbuurman, door ons als alleengaand gecategoriseerd, die elke dag naar zijn werk vertrok en er dus weinig was.
 
Pas op de volgende camping ontdekten we hoe heerlijk dat was geweest, zo'n plek bijna voor ons alleen. Geleerd: denk nooit dat het gras elders nog veel groener is (het was droog en geelbruin). Op het volgende terrein namelijk hadden we weliswaar aanvankelijk een zeer ruime stek, niemand wou toen nog geheel in de schaduw staan, maar vanwege de aanhoudende hitte streek er al gauw een groot gezin met een enorme tent neer naast ons wat bescheidener optrekje. Dat vonden we al niet zo prettig, waardoor mijn geliefde en ik lichtelijk beschaamd opmerkten dat we in elk geval tijdens de vakantie xenofoob en ook behoudend zijn: geen nieuwkomers erbij en alles moet blijven zoals het is. Het gezin met vier zonen bleek zich gelukkig kalm te gedragen, zozeer dat we daar dagenlang met verbazing naar hebben zitten kijken.
 
Een vriendin van mij (ook theologe) die ik erover vertelde kwam net als ik direct op de gedachte dat ze wel eens christelijk zouden kunnen zijn. Leerpuntje: kennelijk heerst ergens de idee dat christelijke ouders hun kinderen beter in toom weten te houden dan niet-christenen. Ik heb helaas niet naar hun levensovertuiging durven vragen zodat ik niet weet of wij met betrekking tot althans dit gezin gelijk hadden. Maar goed, net toen we een beetje aan hen gewend waren, kwam er aan de andere kant een grote auto mt volautomatisch aan en af te koppelen caravan te staan. Vervolgens ritsten de eigenaars er een gigantische voortent aan vast en plaatsten op het laatste stukje gras van hun staanplaats nog een losse tent. En dat allemaal voor twee volwassen en hun drie buurkinderen.
 
Ze zetten hun tijdelijke behuizing vlak tegen onze tent aan, zodat wij met z'n tweetjes geheel ingeklemd waren tussen beide grote gezinnen. Waar de grote tentbewoners rustig waren, maakten deze nieuwe buren herrie voor tien, ook al omdat ze constant bezoek hadden. Mijn aura had de neiging tot een speldenknopje ineen te krimpen, dus op dat niveau was in elk geval werk aan de winkel. Je aura groter maken helpt, maar tegelijkertijd is het effectief wat meer aardse maatregelen te treffen. Dus zetten we ons tafeltje met stoelen zodanig neer dat wel duidelijk was dat ook wij ruimte in wilden nemen. Persoonlijk leerpunt: mijn vent is daarin sneller en daadkrachtiger dan ik, dat wil ik ook zien te bereiken.
 
En toen volgde de nacht op deze invasie, dezelfde nacht waarin er nota bene tot mijn schrik een vleermuis tegen mijn hoofd vloog - zou dat gebeurd zijn omdat de vleermuis ook te weinig ruimte ervoer? In deze nacht moesten twee van de drie buurkinderen, van de dominante kant, zo ongeveer onophoudelijk overgeven, een meter van onze tent vandaan. Natuurlijk konden wij, door oordoppen heen, alles volgen. Bij ons enerzijds mededogen met de kinderen en respect voor het geduld en de zorgzaamheid van de volwassenen, maar anderzijds ergernis over de nachtelijke uren vol onnodig hard gepraat. Leermoment nummer zoveel: al is de ellende van een ander nog zo groot, je eigen belangen blijven zich aan je opdringen. De volgende ochtend zijn we vertrokken, naar huis toe. 'Fijn voor ons, jammer voor jullie' had de lawaaiige buurman de dag ervoor nog over ons aanstaande vertrek opgemerkt, want ons vertrek zat gelukkig al geheel in de planning. Hoezo 'fijn voor ons'? Had hij nog meer ruimte nodig dan?
 
Wat ik me nu afvraag is waarom ik, genuanceerd als ik graag wil zijn, aldoor de behoefte voel de conclusie te trekken dat mensen met caravans zich ook storend dominanter gedragen dan mensen met een tent. Zoekt mijn irritatie houvast in een algemeen geldend oordeel? Of is het kinnesinne? Daar wil ik nog wel een stel kampeervakanties in een tent aan wijden, om hier meer over te leren, want op dat ene etmaal na is onze vakantie uitermate goed bevallen.